Visie van onze school
Onderwijs in de huidige tijd is meer dan alleen maar lesgeven. We zien onze school als een organisatie die plezier, enthousiasme en een positieve houding uitstraalt. Waar leerkrachten, kinderen en ouders een respectvolle houding naar elkaar toe hebben, waar duidelijkheid heerst, in een veilige omgeving met gezamenlijke verantwoordelijkheid. In deze kindvriendelijke leeromgeving streven we naar meer verantwoordelijkheid en zelfstandigheid van kinderen ten aanzien van hun leren en gedrag.
Onze visie is omschreven in de schoolgids. Een aantal richtinggevende uitspraken met betrekking tot het pedagogische klimaat en schoolafspraken uit onze visie zijn:
"We vinden het belangrijk dat kinderen met plezier naar een school komen waar een goed pedagogisch klimaat uitgangspunt is voor leren."
"De sfeer op school is erg belangrijk. Een kind moet op school uitgedaagd worden om te leren en om zich verder te ontwikkelen, maar daarnaast moeten er ook orde, rust en regelmaat heersen."
"De school moet een veilige en uitdagende leeromgeving zijn."
"Kinderen leren hoe ze op een prettige manier met elkaar om kunnen gaan en dat ze ieder mens moeten respecteren zoals hij of zij is."
"We stellen met de kinderen samen school- en klassenafspraken op over onder meer:
-het omgaan met elkaar en het elkaar helpen;
-het voorkomen en oplossen van problemen en conflicten."
 
 
Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons
Binnen onze school doen zich buitengewoon veel situaties voor, waarin kinderen zich heel kwetsbaar opstellen binnen de groep, bij samen werken, bij werken aan weektaken of bijvoorbeeld bij het spelen op de speelplaats. Situaties die gemakkelijk kunnen leiden tot gevoelens van ontevredenheid, jaloezie en tot gevoelens van achtergesteld of genegeerd worden. Situaties die tot pestgedrag kunnen leiden. Er wordt een slachtoffer gezocht en gevonden. Er worden nog wat meelopers geronseld en de basis voor een langdurige pestsituatie, met alle negatieve gevolgen van dien, is gelegd en kan worden opgestart.
Pestgedrag komt helaas ook op onze school voor.
Pestgedrag in en rondom de school belemmert niet alleen de voortgang van het onderwijsleerproces, doordat veel tijd aan het oplossen van het gedrag moet worden besteed, maar het doet inbreuk aan onze visie, waarbij wij in onze school een veilige en kindvriendelijke leefomgeving willen nastreven.
 
 
Doel van het pestprotocol
Met het pestprotocol willen we als leerkrachten van onze school samen met de kinderen en ouders een positieve en effectieve bijdrage leveren aan een veilige school, waar kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en waar pestgedrag wordt voorkomen en bestreden.
 
Het pestprotocol is een middel om de volgende concrete doelstellingen te bereiken:
 
  • Het kunnen voorkomen en verminderen van pestgedrag
  • Het tijdig kunnen signaleren van pestgedrag
  • Het remediërend kunnen aanpakken van pestgedrag
  • Het samenwerken met ouders om pestgedrag te voorkomen, te signaleren en te remediëren
 
 
Plagen of pesten
Het verschil:
Iemand van zijn fiets aftrekken: dat kan plagen zijn. Maar ook pesten. Het is plagen als de kinderen aan elkaar gewaagd zijn. De ene keer doet de een iets onaardigs, een volgende keer is het een ander. Het is een spelletje, niet altijd leuk maar nooit echt bedreigend. Bovendien duurt het nooit echt lang. Door elkaar te plagen leer je zelfs om met conflicten om te gaan. Het hoort bij het groot worden.
 
Pesten kan beginnen als een spelletje, als iets leuks om te doen. Het gepeste kind voelt zich erg ongemakkelijk door het pesten. Het lukt hem/haar niet adequaat te reageren, een grapje te maken of onverschillig te blijven. Degene die gepest wordt, wordt heel erg bang en verdrietig en voelt zich hulpeloos. Vaak is er een groepje kinderen dat meedoet met de pester; ze lachen wanneer de pester iets gemeens doet maar durven zelf niets te doen.
 
Pesten is bedreigend en gebeurt niet zomaar een keer, maar iedere dag weer, soms een jaar of nog langer achter elkaar. Bij pesten wordt een slachtoffer uitgezocht om de baas over te spelen op een heel bedreigende en gemene manier. De pester misbruikt zijn macht.
 
Meestal hebben pestende kinderen niet in de gaten hoe afschuwelijk het pesten is voor degene die gepest wordt. Terwijl het gepeste kind vreselijk bang is voor de pauze of niet op straat durft te spelen, ziet de pester het als een lolletje. Pesten lijkt dus op plagen maar er zijn grote verschillen.
 
Gevolgen van pesten
Relaties tussen kinderen en vooral vriendschapsrelaties zijn belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Kinderen die moeizaam met leeftijdgenoten omgaan, zijn minder in de gelegenheid om met elkaar omgangsvormen te oefenen. Ze krijgen te weinig kans om te ontdekken hoe ze zichzelf het prettigst voelen. Kinderen zonder vrienden hebben later meer kans op gedragsproblemen.
Gepeste kinderen
Kinderen die vaak gepest worden, worden belemmerd in hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. Ze trekken zich terug, ze zijn of worden vaak angstig, verlegen en onzeker. Ze durven zich in het bijzijn van andere kinderen nauwelijks meer te uiten. Ze ontwikkelen vaak een negatief zelfbeeld. De kans is groot dat ze een antipathie tegen school ontwikkelen. Het pesten werkt vaak tot op latere leeftijd nog door.
Kinderen die pesten
Een pester oefent onvoldoende in normaal omgaan met leeftijdgenoten. Hij leert dat pesten de enige manier is om je in een groep te handhaven. Het is gebleken dat pesters lang doorgaan met agressief gedrag en daardoor eerder in aanraking komen met bureau jeugdzorg en politie. Pesters hebben op langere termijn moeite om vriendschappen aan te gaan en te onderhouden.
De andere kinderen
In een klas waar veel gepest wordt, is de sfeer niet prettig. Veel kinderen in een dergelijke klas gaan niet graag naar school. Bovendien gaan vaak de leerresultaten achteruit.
 
De gevolgen van pestgedrag zijn verstrekkend voor gepeste kinderen, pesters en de andere kinderen in een klas.
 
 
 
De aanpak van pestgedrag
 
 
Niveau 1 Preventief
Hoe en wat Actie
Voor een optimale voorkoming en aanpak van (pest)problemen vinden wij de volgende voorwaarden van belang:
  • Pesten is een bespreekbaar onderwerp.
  • Ouders en kinderen weten dat dagelijks structureel aandacht wordt besteed aan gewenst gedrag en dat het goede voorbeeld besproken en gegeven wordt.
  • De schoolgids vermeldt duidelijk wat van leerkrachten verwacht mag worden in pestsituaties en ter voorkoming ervan. Tevens staat in de schoolgids wat van de ouders verwacht mag worden.
  • Er zijn voor de kinderen duidelijke school- en groepsregels. Deze worden samen met de kinderen opgesteld. Dit vergroot de herkenbaarheid, betrokkenheid en naleving.
  • We geven wekelijks lessen sociaal emotionele ontwikkeling met behulp van de methoden Schatkist in groep 1/2 en Kinderen en hun sociale talenten in groep 3 t/m 8. De kinderen krijgen kennis over en leren vaardigheden over onderwerpen zoals aardig doen, opkomen voor jezelf, samen spelen en werken, omgaan met pesten en ruzies.
  • We volgen de kinderen op sociaal emotioneel en op gedragsgebied met behulp van Viseon.
  • We schenken aandacht aan digitaal pesten, zodra dit voorkomt.
  • De interne begeleider en de groepsleerkrachten bespreken pestgedrag bij elke halfjaarlijkse leerlingbespreking. Indien dit nodig is, bespreken ze pestgedrag vaker.
 
 
 
Niveau 2 Signaleren en oplossen
Hoe en wat Actie
Kind signaleert:
Een kind signaleert vervelend of ongewenst gedrag en probeert dit pratend op te lossen. Dit gebeurt als volgt:
  • STOP, ik vind het (vervelend, niet leuk), dat je me…..
  • De kinderen praten over het voorval en proberen het op te lossen.
  • Als dit niet lukt, vraagt het kind hulp aan de leerkracht. De leerkracht bespreekt het probleem met de betrokken kinderen en geeft hulp bij het oplossen.
 
Leerkracht signaleert:
De leerkracht spreekt de kinderen aan op vervelend of ongewenst gedrag. De leerkracht laat de kinderen het probleem oplossen of geeft hulp indien dit niet lukt.
 
Ouder signaleert:
De ouder waarschuwt de leerkracht.
 
 
 
 
Pestgedrag buiten school:
Kinderen of ouders laten weten dat kinderen buiten school gepest worden.
 
Kind reageert conform afspraken.
 
 
 
Hulp vragen.
Bespreken met pester, gepeste.
Consequenties, afspraken maken en hier op terugkomen. Het gepeste kind sterker maken, zelfvertrouwen helpen verhogen. Gewenst gedrag positief stimuleren.
 
 
Ouder waarschuwt leerkracht. Leerkracht neemt probleem over, indien het pestgedrag in de school speelt. De leerkracht informeert ouders indien het pestgedrag buiten de school speelt.
De leerkracht bespreekt dit aan de hand van de schoolregels. De leerkracht adviseert de kinderen en ouders hoe ze met het pestgedrag kunnen omgaan.
 
 
 
 
Niveau 3 Aanpak van structureel pestgedrag
Hoe en wat Actie
Indien stap 2 niet tot een oplossing leidt en het pestgedrag blijft voortduren, pakt de leerkracht het pestgedrag op en begeleidt de pester(s) en gepeste twee tot drie weken om het pestgedrag op te lossen.
Dit gebeurt als volgt:
Stap 1: De kinderen vertellen wat er gebeurd is, wie er bij betrokken zijn,
            wanneer het gebeurt.
Stap 2: De leerkracht geeft aan wat hijzelf van het probleem vindt. De
            kinderen zeggen wat ze ervan vinden, hoe ze zich voelen en wat ze
            zouden willen.
Stap 3: De kinderen bedenken oplossingen voor het probleem.
Stap 4: De kinderen kiezen samen een oplossing om het probleem op te
            lossen.
Stap 5: De leerkracht maakt met de kinderen een afspraak om op korte tijd
            te kijken of de oplossing werkt. Deze afspraken worden gedurende
            twee of drie weken herhaald gemaakt.
 
Als blijkt dat een kind de afspraken niet nakomt dan volgen er strafmaatregelen. Dit zijn bijvoorbeeld:
  • Een of meer pauzes binnen blijven
  • Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn
  • Een stelopdracht of mindmap maken over de toedracht, het oplossen van, gevoelens van betrokkenen bij het pestprobleem.
De leerkracht is alert op meidenvenijn.
De leerkracht brengt de ouders op de hoogte van het pesten en de begeleiding daarvan.
Leerkracht begeleidt het pestgedrag.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Leerkracht brengt ouders op de hoogte van het pestgedrag.
 
 
 
Niveau 4 Externe hulp
Hoe en wat Actie
Bij aanhoudend pestgedrag in een groep kan deskundige hulp worden ingeschakeld, zoals de GGD, het Bureau Jeugdzorg, het ZAT.
Als uit de voortgangscontrolebesprekingen blijkt dat kinderen frequent pestgedrag laten zien of gepest worden dan adviseren we de ouders externe hulp in te schakelen. We adviseren een kind aan te melden voor sociale vaardigheidstraining als het pest of voor weerbaarheidstraining als het vaak gepest wordt.
Interne begeleider en leerkracht schakelen externe hulpverlening in op individueel en groepsniveau.
 
 
Niveau 5 Schorsing of verwijdering
Hoe en wat Actie
In extreme gevallen van aanhoudend pestgedrag kan een kind geschorst of verwijderd worden.
Dit gebeurt conform het protocol Toelaten, schorsen en verwijderen leerlingen.
Directeur voert het protocol Toelaten, schorsen en verwijderen uit.
 
Hulpmiddelen en informatiebronnen
Bij dit pestprotocol horen een aantal hulpmiddelen en informatiebronnen. We verzamelen deze in een Pestklapper en slaan deze op onder Data L (onder de map Docenten – map Pesten).
Het gaat om informatie over:
- signaleringslijsten
- voorbeelden van individuele gesprekken met een pester, een gepest kind en meelopers
- adviezen voor leerkrachten en ouders
- adressen externe instanties
- achtergrondinformatie en –artikelen.


 
Pestsignalen en pestkenmerken
 
Gepeste kinderen:
Signalen en kenmerken:
O het kind gaat niet graag meer naar school
O het kind spreekt niet met vriendjes af
O de schoolresultaten worden slechter
O het kind is regelmatig dingen kwijt of vertelt dat zijn spullen zijn vernield
O het kind klaagt over hoofdpijn of buikpijn
O het kind heeft ineens veel blauwe plekken en schrammen
O het kind slaapt slecht of heeft nachtmerries
O het kind krijgt geen uitnodiging voor een verjaardag
O het kind wil zijn verjaardag niet vieren
O het kind wil niet graag meer naar een club enz.
O het kind is vaker angstig en onzeker
O het kind hoort niet tot de sterksten
O het kind huilt vlug als het ‘gepakt’ wordt of trekt zich terug
O het kind ziet zichzelf vaak als mislukkeling en voelt zich ‘stom’
O het kind is vaker eenzaam, het heeft geen vriendjes
O het kind kan moeilijk voor zichzelf opkomen
 
Een pester
Signalen en kenmerken:
O het kind doet stoer
O het kind is erg tegendraads en opstandig, probeert steeds zijn zin door te drijven
O het kind roddelt en spreekt kwaad over andere kinderen
O het kind is de sterkste in de groep
O het kind heeft vaak de behoefte om andere kinderen zijn macht te tonen
O het kind gedraagt zich agressief
O het kind komt zelfverzekerd over
O het kind is populair bij een kleine groep kinderen
O het kind voelt zich niet schuldig dat het pest
 
Een meeloper
Signalen en kenmerken:
O het kind komt met minder plezier naar school
O het kind weet dat er in de groep gepest wordt
O het kind doet soms mee omdat het bang is om zelf gepest te worden
O het kind neemt niet zelf het initiatief tot pesten, maar het doet ook geen poging om het
    pesten te stoppen
O het kind weet niet wat het aan pesten moet doen
 
Meidenvenijn
Signalen en kenmerken:
O in een groepje samenklitten
O anderen buitensluiten; clubje maken
O aardig doen, behalve tegen …..
O aardig samen, onaardig in groep
O dreigen. Als je met haar speelt dan….
O elkaar negeren, in de steek laten
O fluisteren en staren
O uiterlijk voorzien van commentaar
O briefjes doorgeven/roddelen
 
En dit alles buiten het zicht van volwassenen.